Werk hoort bij het leven. Voor de één is het een groot onderdeel van de dag, voor de ander speelt het werk een kleinere rol. Hoe dan ook: de grens tussen werk en privé is niet altijd zo duidelijk als we zouden willen.
Een mail beantwoorden tijdens het eten. Nog even die ene taak afronden voordat je naar huis gaat. Op zondag alvast je agenda voor maandag bekijken. Het zijn kleine dingen die op zichzelf misschien weinig voorstellen. Maar wanneer dit zich steeds herhaalt, kan werk ongemerkt steeds meer ruimte innemen.
Een goede werk-privébalans gaat daarom voor mij niet over een perfecte verdeling. Het gaat er vooral om dat je werk en privé op een manier kunt combineren die voor jou werkt en die je op de lange termijn kunt volhouden.
Werk en privé beïnvloeden elkaar
We denken bij werk-privébalans vaak aan de vraag of we voldoende tijd overhouden voor ons gezin, vrienden, hobby’s of ontspanning. Maar de wisselwerking gaat twee kanten op. Een drukke periode thuis kan invloed hebben op hoe je op je werk functioneert. Andersom kan een hoge werkdruk ervoor zorgen dat je thuis minder energie overhoudt. De multidisciplinaire richtlijn Werk-privébalans van de NVAB beschrijft dan ook dat werk en privé elkaar voortdurend kunnen beïnvloeden (NVAB, 2023).
Dat klinkt misschien logisch, maar juist daarin zit een belangrijk punt. Wanneer iemand moeite heeft om werk en privé te combineren, ligt de oplossing niet altijd alleen bij die persoon. Soms moet er gekeken worden naar de manier waarop het werk is georganiseerd.
Wanneer wordt een goede balans een probleem?
Een slechte werk-privébalans ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Vaak zijn er eerst kleine signalen. Je neemt steeds vaker werk mee naar huis. Je hebt het gevoel dat je nooit helemaal klaar bent. Je bent sneller geïrriteerd of merkt dat je minder plezier hebt in dingen waar je normaal gesproken energie van krijgt.
Ook thuis kan de invloed zichtbaar worden. Misschien ben je lichamelijk aanwezig, maar met je hoofd nog bij een vergadering van die middag. Of je hebt na een lange werkdag simpelweg geen energie meer om iets te ondernemen met je gezin. De gevolgen kunnen verder gaan dan alleen een druk gevoel. De NVAB benoemt onder andere meer stressklachten, minder werk- en tevredenheid over het privéleven, slaapproblemen en een grotere kans op langdurig verzuim bij een verstoorde werk-privébalans (NVAB, 2023).
Dat maakt het onderwerp wat mij betreft interessant vanuit het perspectief van duurzame inzetbaarheid. Want hoe prettig is het om goed te functioneren op je werk, als dat ten koste gaat van de rest van je leven?
Een duurzame werk-privébalans hoeft er niet voor iedereen hetzelfde uit te zien
Wat voor de één een goede balans is, kan voor iemand anders helemaal niet werken. De één vindt het prettig om werk en privé strikt van elkaar te scheiden. Na werktijd gaat de laptop dicht en wordt er niet meer naar werkberichten gekeken. Een ander vindt het juist prettig om overdag wat flexibeler te werken en bijvoorbeeld tussendoor een boodschap te doen of een kind van school te halen.
De NVAB wijst erop dat mensen verschillen in de manier waarop zij werk en privé het liefst combineren. Sommige mensen houden beide domeinen graag gescheiden, terwijl anderen ze juist gemakkelijker met elkaar verweven. Ook de mate waarin iemand zelf invloed ervaart op die grenzen speelt een rol (NVAB, 2023).
Daarom geloof ik niet zo in één gouden regel voor een goede werk-privébalans. Het gaat erom dat je ontdekt wat voor jou werkt én dat daar binnen je organisatie ruimte voor is.
Kijk ook naar de manier waarop het werk is georganiseerd
Wanneer iemand structureel moeite heeft om werk en privé te combineren, wordt al snel gekeken naar wat de medewerker anders kan doen. Eerder naar huis gaan. Beter plannen. Grenzen stellen. De telefoon wegleggen. Allemaal waardevolle dingen, maar soms is er meer nodig.
De NVAB adviseert daarom om ook op organisatieniveau naar de werk-privébalans te kijken. Denk bijvoorbeeld aan flexibiliteit in werktijden of werklocatie, meer inspraak in roosters en aandacht voor een gezonde inrichting van werkprocessen (NVAB, 2023).
Dat vind ik een belangrijke aanvulling. Als iemand iedere dag structureel te veel werk heeft voor de beschikbare tijd, helpt een mooie planning maar beperkt. Dan is het gesprek nodig over de hoeveelheid werk, prioriteiten en verwachtingen. Duurzaam werken begint daarom ook bij de vraag: is het werk eigenlijk zo georganiseerd dat mensen het op een gezonde manier kunnen volhouden?
Grenzen helpen, maar afspraken helpen nog meer
Grenzen stellen wordt vaak gezien als iets persoonlijks. Je moet zelf aangeven wanneer het genoeg is. Toch worden grenzen een stuk makkelijker wanneer er binnen een organisatie duidelijke afspraken over bestaan.
Wanneer wordt er van medewerkers verwacht dat ze bereikbaar zijn? Moeten mails ’s avonds worden beantwoord? Hoe gaan jullie om met overwerk? En is het normaal om tijdens een vrije dag toch even iets voor het werk te doen?
Zeker bij thuiswerken kunnen die grenzen vervagen. Je hoeft tenslotte alleen maar je laptop open te klappen om weer aan het werk te gaan.
De NVAB adviseert werkgevers daarom om regelmatig met medewerkers te bespreken hoe thuiswerken wordt ervaren en of de hoeveelheid werk binnen de beschikbare tijd past. Ook afspraken over bereikbaarheid en werkgerelateerd telefoongebruik buiten werktijd kunnen helpen om werk en privé beter van elkaar te scheiden (NVAB, 2023).
Het mooie vind ik dat dit helemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn. Zeker niet wanneer er als team een afspraak gemaakt wordt. Bijvoorbeeld: na 18.00 uur worden er geen werkberichten meer verwacht. Of: tijdens de lunch plannen we geen overleggen. Zulke afspraken geven duidelijkheid en voorkomen dat iedereen zelf het wiel moet uitvinden.
Ook herstel hoort bij werken
Een goede werk-privébalans gaat overigens niet alleen over tijd. Je kunt acht uur per dag werken, op tijd naar huis gaan en tóch onvoldoende herstellen. Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar wat er buiten werktijd gebeurt. Heb je tijd om te bewegen? Kun je ontspannen? Slaap je voldoende? Heb je ruimte voor mensen en activiteiten waar je energie van krijgt?
In de factsheet van TNO en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden onder andere bewegen, ontspanning, voldoende slaap en het bewust afsluiten van de werkdag genoemd als manieren om herstel te ondersteunen (TNO & Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2020).
Ook iets eenvoudigs als een wandeling na het werk kan helpen om een overgang te maken tussen je werkdag en je privéleven. Voor sommige mensen werkt een wandeling, voor anderen is het juist samen eten, sporten, muziek maken of even helemaal niets doen.
Herstel ziet er voor iedereen anders uit.
Een duurzame balans begint met bewust kijken
Misschien is dat wel de belangrijkste stap: af en toe stilstaan bij hoe het eigenlijk met je gaat. Ben je tevreden met de manier waarop je werk en privé combineert? Heb je voldoende tijd voor de dingen die belangrijk voor je zijn? Kun je na een werkdag echt loslaten? En lukt het om voldoende te herstellen? De NVAB-richtlijn benadrukt dat werk-privébalans ook onderdeel kan zijn van preventie binnen organisaties. Zo kan het onderwerp worden meegenomen in een RI&E en kunnen signalen uit bijvoorbeeld een PMO gebruikt worden om te kijken waar risico’s liggen en welke maatregelen passend zijn (NVAB, 2023).
Dat betekent dat werk-privébalans wat mij betreft ook niet iets is waar je pas over hoeft te praten wanneer iemand al tegen zijn of haar grenzen aanloopt.
Juist eerder het gesprek aangaan kan veel opleveren.
Niet zoeken naar perfectie, maar naar wat vol te houden is
Een leven waarin werk en privé altijd precies in evenwicht zijn, bestaat waarschijnlijk niet. Er zullen periodes zijn waarin het werk meer aandacht vraagt. Een deadline, een drukke periode of een belangrijke verandering binnen een organisatie. En er zullen momenten zijn waarop juist thuis meer van je wordt gevraagd.
Dat hoeft ook geen probleem te zijn. Het wordt vooral belangrijk wanneer een tijdelijke periode structureel wordt. Wanneer je steeds minder tijd hebt om op te laden. Wanneer werk voortdurend aanwezig blijft, ook als je officieel vrij bent. Een duurzame werk-privébalans betekent voor mij daarom vooral: een manier van werken vinden die je ook over een paar jaar nog kunt volhouden.
Dat vraagt iets van de medewerker, maar zeker ook van de werkgever. Open gesprekken, duidelijke verwachtingen, ruimte voor maatwerk en aandacht voor herstel kunnen daarin een groot verschil maken. Want duurzaam werken gaat uiteindelijk niet alleen over hoelang iemand kan blijven werken. Het gaat ook over de vraag hoe je ervoor zorgt dat werken onderdeel blijft van een gezond en prettig leven.
Bronnen
De NVAB-richtlijn Werk-privébalans (2023). De richtlijn beschrijft de wisselwerking tussen werk en privé en het belang van tijdige herkenning van risico’s, preventie van gezondheidsklachten en een goede dialoog tussen werkgever en werknemer om langdurig verzuim en uitval te voorkomen.
TNO & Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – Factsheet werk-privébalans (2020). De factsheet geeft onder andere praktische aandachtspunten rondom structuur, grenzen, herstel, beweging, ontspanning en het afsluiten van de werkdag.

